Kettinglengtes
Dezelfde ketting valt bij iedereen net iets anders. De lengtes hieronder zijn een vertrekpunt, geen wet.
Lengtes en waar ze uitkomen
| Lengte | Valt ongeveer | Past bij |
|---|---|---|
| 36 tot 40 cm | Strak om de hals, choker | Open halslijnen, zomerse kleding |
| 40 tot 45 cm | Net onder de halskuil | De meest gedragen lengte, past onder een kraag |
| 45 tot 50 cm | Op het sleutelbeen tot iets daaronder | Hangers, laagje onder een korte ketting |
| 50 tot 60 cm | Op de borst | Over een trui of blouse, met een grotere hanger |
| 70 cm en langer | Ter hoogte van het middenrif | Lange lijn, ook dubbel te dragen |
Laagjes uitrekenen
Vier tot vijf centimeter verschil per laag houdt de kettingen uit elkaar. Drie kettingen van 40, 45 en 50 centimeter vormen daarmee een klassieke set. De opbouw staat verder uitgewerkt op de pagina over kettingen in laagjes.
Halsomtrek meebrekenen
Bij een bredere halsomtrek valt elke ketting hoger dan de tabel aangeeft. Een centimeter of drie extra lengte herstelt dat verschil. Wie twijfelt, meet met een touwtje op de plek waar de ketting moet vallen.
Verstelbare sluitingen
Een verlengketting van enkele centimeters maakt een ketting geschikt voor meerdere halslijnen en is bij een cadeau de veiligste keuze.