Piercingmaten
Een piercingsieraad heeft twee maten die tellen: de dikte van het staafje en de lengte ervan.
Staafdikte
1,2 mm is de gangbare dikte voor de meeste oorpiercings, neuspiercings en navelpiercings. Een dunner staafje past niet strak in een bestaand kanaal en kan het gaatje laten inscheuren; een dikker staafje past er simpelweg niet in zonder oprekken.
Lengte
| Lengte | Gebruik |
|---|---|
| 6 mm | Standaard voor een genezen oorpiercing |
| 8 mm | Dikker weefsel of lichte zwelling |
| 10 mm | Kraakbeen en piercings die net gezet zijn |
| 12 mm | Navelpiercings en dikkere doorgangen |
Bij een verse piercing wordt bewust een langer staafje geplaatst, zodat er ruimte is voor zwelling. Zodra de zwelling weg is, gaat het sieraad meestal terug naar een kortere lengte.
Materiaal bij een nieuwe piercing
Implant grade titanium, aangeduid als G23 of ASTM F-136, is de standaard voor verse piercings vanwege de biocompatibiliteit. Achtergrond staat op de pagina over titanium.
Zelf wisselen of laten doen
Een genezen piercing is eenvoudig zelf te wisselen met schone handen. Bij een piercing die net gezet is, gebeurt dat in de studio waar hij gezet is. Genezing verloopt per plek anders: een oorlel gaat sneller dan kraakbeen.
Staafdikte 1,2 mm met lengtes van 6 tot 12 mm is de standaard, zoals te zien bij Maeya Jewelry.